Nano Window Coating | Meezenbroekstraat 41a Veendam | 06 233 644 48
Terug naar Nieuws

Nanocoating op waterbasis (Environ-X®) blijkt efficiënte schoonmaakoplossing!

Wild heeft sapspetters onder controle!

Om het schoonmaken net iets te vereenvoudigen en te verbeteren, bracht sapfabrikant Wild in Amsterdam als een van de eerste food-gerelateerde bedrijven Environ-X aan op wanden en vloeren. Michiel van Rooijen, senior Quality Assurance Coördinator: “Vooral in zo’n nat en ruw proces als het onze bestaat er grote kans op schimmels. Maar nu zo’n twee jaar na het aanbrengen en het regelmatig monitoren, merken we dat we de microbiële belasting drastisch hebben kunnen verlagen. Het is geen wondermiddel maar het helpt wel.”

Bijgaand het hele artikel; bron: FluidsProcessing

Michiel van Rooijen vertelt dat de locatie Amsterdam eind jaren ‘70 begon als bulkterminal. “Destijds hadden we eigen plantages in Brazilië en Florida en er voer hier toen elke zes weken een schip binnen met jus d’orange-concentraat, oftewel ingedikt sap. We waren ook de eerste terminal in Europa op dat gebied.” Overigens was het ook zo’n beetje het eerste bedrijf op het uitgebreide terrein van het Westelijk havengebied in Amsterdam. Van Rooijen vervolgt: “We deden eigenlijk alleen maar overslag van dat concentraat. We mengden om een constante kwaliteit door het hele jaar heen te krijgen maar dat was het. Het werd uitgeleverd in vrachtwagens en ging zo naar afvullers. Destijds lag er voornamelijk sinaasappelsap in de supermarkt maar er zijn steeds meer ‘smaakjes’ bijgekomen. De diversiteit in het sapschap is heden ten dage enorm. We zijn daar in meegegaan en beschouwen ons op dit moment als een Coldblender. Dat betekent dat we allerhande vruchtensappenconcentraten mengen en daar diverse toevoegingen aan doen, als vitaminen, kleurstoffen en noem maar op. En dan voornamelijk business-to-business. Dus we leveren halffabrikaten aan onze klanten, zoals afvullers en dergelijke. Overigens niet alleen als sappen of nectaren maar inmiddels steeds meer voor low juice containing beverages.” Hij laat een voorbeeld zien van appel/rabarbersap. “Het is een natuurlijk en helder product. Dat impliceert dat het een laag percentage sap bezit maar al die sappen komen wel bij ons vandaan. Wij zijn dan toeleverancier naar dit soort afvullers. In Duitsland zijn dat veelal supermarkten maar ons klantenbestand bestaat ook uit fabrikanten van ijs. Eigenlijk alles waar vruchtensappen in gaan.”

Compartimenteren

Onder de vorige eigenaar was de locatie Amsterdam een beetje een vreemde eend in de bijt. Van Rooijen: “Zij zijn sterk in commodity’s, als graan, vet en cacao. En wij beschouwen onze producten als specialties. Dat vergt een andere focus. Dus besloten we drie jaar geleden dat als we serieus mee wilden blijven doen in de markt, we een behoorlijke GMP-stap moesten maken en ons proces up to standard moesten brengen. Dat impliceerde gebouwen, vloeren, wanden en plafonds. Niet alleen dateert de productieruimte uit begin jaren ‘90 waarin grote, open ruimten flexibiliteit leken te bieden, er zitten ook overal h- en u-profielen en onregelmatigheden in wanden en vloeren.” Wild werkt in drie afdelingen: de foodservice/ verpakkingafdeling; compounding waar de complexere blends plaatsvinden en heel veel toevoegingstappen van emulsies tot aan kleur- en smaakstoffen; en de bulkstroomafdeling, door Wild aangeduid met ‘multifruit’. De multifruitafdeling telt twee productielijnen. “Die laatste was echt niet meer van deze tijd. Zo moet je nu duidelijk compartimenteren. We kunnen alle vruchten ter wereld verwerken. Waar sommige, denk aan lychee, wel een grote uitdaging vormen. Maar vooral deze input waarbij omverpakkingen van over de hele wereld komen, geldt als vuile stroom en die wil je scheiden van je open product, waar je handling op toepast. Bovendien werken we hier in een natte omgeving en met een ruw proces. Al die drums moeten omgekiept en dat spettert. Dan ontkom je niet aan nat reinigen. We constateerden dan ook regelmatig waterschimmels. Want ook al zijn je vloer en plafonds wel glad en heb je leidingen goed weggewerkt, de natte omgeving blijft.”

Hygiënestappen

Dus startte Wild een groot verandertraject. Vooral de mindset van het personeel moest om. Van Rooijen: “Technisch kun je een heleboel maar ook de mensen moeten daar in mee. En daar waar we oorspronkelijk onszelf eerst als industrie zagen, moest dat nu naar het idee van een levensmiddelenbedrijf.” Iedereen kreeg een hygiënetraining. Cursusleider Wouter Bruggraaf had in de lesstof ook een hoofdstuk over Environ-X opgenomen en dat bracht Van Rooijen op het idee om er mee te experimenteren. In de voorste ruimte van de procesvloer bij Wild rijden vorkheftrucks die de drums van de houten pallets tillen en op een lopende band zetten. Van Rooijen: “Die houten pallets zijn nog wel een doorn in ons oog. Maar we hebben nog geen kunststof vervangers kunnen vinden waarop de drums niet gaan schuiven.” Na het openen van de drums en het omkiepen, vervolgt het fruit zijn weg door het proces. In elke volgende ruimte gelden nog strengere protocollen. Zo kun je niet verder lopen zonder nieuwe schoonmaakstappen. Van de andere kant kan personeel wel teruglopen, alles om de hygiëne goed te bewaken. Want alle aanwezigen, naast Michiel van Rooijen zitten ook Dimmen Breen en Erik Wesselink aan (zie kaders), zijn het er over eens dat hygiënemisstappen niet bewust gebeuren maar vaak automatisch, zoals even teruglopen ter controle of omdat je wat vergeten bent. Dimmen Breen: “Een van onze medische klanten vertelde al eens overtuigd te zijn van zijn protocollen maar Environ-X te beschouwen als extra vangnet.”

Uitproberen

In 2011 startte Wild het Environ-X experiment met een ruimte. Van Rooijen: “Nadat we die uitgebreid hadden schoongemaakt, behandelden we een gedeelte wel met de coating en een ander gedeelte niet. Na een maand of twee waren de resultaten verbluffend. Daarop besloten we vanaf dat moment in ieder geval voor nieuwbouw altijd alles te behandelen en waar nodig en mogelijk bestaande constructies ook aan te pakken. Dat resulteerde in een tweede ruimte die we behandelden in 2012 waarna we eind 2012 nog twee ruimten onderhanden hebben genomen. En hoewel het absoluut geen tovermiddel is, je moet blijven schoonmaken, helpt het vooral de microbiële belasting te verlagen. Bovendien sloten we een servicecontract af, waarbij Environ-X iedere drie maanden bepaalde meetpunten komt controleren. De resultaten daarvan zijn nog steeds naar behoren. In de behandelde ruimten zien we geen huisflora meer. Natuurlijk moet je in basisvoorwaarden maatregelen treffen. Maar bij een relatief glad en goed reinigbaar oppervlak, bewijst dit middel absoluut zijn nut.” Breen vult aan: “De investering is te overzien en je bespaart gewoon. In sommige gevallen gebruik je minder reinigingsmiddelen maar bij Wild kiezen ze met Environ-X vooral voor meer zekerheid.” Erik Wesselink geeft een voorbeeld van een droog proces waar het eens helemaal mis ging. “De Enterobacter sakazakii-bacterie in babymelkpoeder was onzichtbaar tot het werd aangelengd en niet geconditioneerd bewaard. De concentratie van bedrijven tegenwoordig maakt dat zo’n besmetting ook meteen zo’n impact op een grotere groep heeft. Het is niet voor niets dat in mijn vorige baan de laatste opleveringsgesprekken meer en meer met claimfunctionarissen plaatsvonden en niet meer gewoon met de inkoper.” De zekerheid van Environ-X lijkt inmiddels ook in de nog veel strengere farmacultuur aangeslagen, gezien de gesprekken die Environ-X en Produsafe in die branche inmiddels voeren.